Het gebeurde enkele jaren na de eerste wereldoorlog. De mensen waren opgelucht na die vier verschrikkelijke jaren van bezetting. Eindelijk kon er weer in volle vreugde een lekker glas bier genuttigd worden.














Het waren enkelen van die lui, die regelmatig hun kaartje kwamen leggen bij Hendrik Janssens in de Kruisstraat, die op het idee kwamen een maatschappij te stichten.  Lodewijk Bosmans (die de grote bezieler werd), onderwijzer te Humbeek, Leopold De Valck, landbouwer, Hendrik Janssens, landbouwer en herberguitbater, Felix Van Den Eynde, landbouwer en Jan Van Hemelrijck, likeurhandelaar, vonden het aangenaam in groep te vertoeven als echte kameraden.

Een geschikte naam vinden voor de pas ontstane vereniging was bij nader inzien niet zo eenvoudig. Pas na enkele dagen, toen ze in de vroege uurtjes huiswaarts keerden, kwam dit gespreksonderwerp weer naar boven. Verschillende namen werden verzonnen, maar daar bleef het bij.  Plots wees Leopold De Valck naar een vallende ster: ze hadden de naam gevonden, “De Vliegende Ster” was ontstaan.

Dit alles had plaats anno 1921. Jan Van Hemelrijck, beter bekend onder de naam Janneke Lettens, werd verkozen als eerste voorzitter van een vereniging met veel geestdrift.







Het doel van de vereniging was in de eerste plaats een groep te vormen om samen aangename avonden door te brengen en feesten te organiseren. Lodewijk Bosmans echter zag het grootser en besloot er een veloclub van te maken, die aangename en nuttige uitstappen zou organiseren en door succesvolle samenwerking openbare feestelijkheden tot stand zou brengen.

Bij deze uitstappen hoorde natuurlijk muziek die moest gespeeld worden al rijdend op de fiets. Het enige muziekinstrument dat daarvoor in aanmerking kwam, was de trompet zonder toetsen. Bij de eerste uitstap naar het Zoniënwoud telde de trompettersmaatschappij één enkele muzikant: Janneke Dupay die een clairon van de piotten speelde.

“De meester” zoals men Lodewijk Bosmans noemde, was een enthousiast toneelliefhebber. Na het opvoeren van het massaspel "Jozef in Dothan" besloot de meester, gezien de uitzonderlijke bijval, verder voor het toneel te blijven ijveren. Hij stelde voor om met “De Vliegende Ster” geregeld toneelstukken voor het voetlicht te brengen. Om toneel te spelen was er echter een zaal nodig. Men kreeg een lokaal ter beschikking in de herberg “In den Hollenblok” bij Jan De Breucker.












In die beginjaren werden er verschillen toneelstukken opgevoerd, meestal luchtige blijspelen, die gebracht werden ter gelegenheid van het sinterklaasfeest.

Tot en met 1924 bestond het vaandel uit een plaat aan een stok bevestigd met daarop “De Vliegende Ster” geschilderd.  Dat jaar werd een vaandel geschonken door de familie Horckmans. Ter gelegenheid van deze inhuldiging werd een groot festival ingericht waaraan 42 veloclubs deelnamen. Verscheidene ontspanningsmogelijkheden werden voor deze viering georganiseerd zoals het ringsteken per fiets, het eirijden en het zaklopen.
De eerste vaandeldrager was Jozef Coppens.

In 1926 en 1927 werd een grote straatkermis ingericht in de Benedestraat. Langsheen de straat werden er tentjes opgezet met allerlei attracties. Straatzangers traden er op en verkochten hun liedjes. Een bijzondere bezienswaardigheid was een “groene hond” die men mits betaling kon bewonderen. Het arme dier was doodgewoon groen geschilderd.

Na deze jaren van vieringen werd er onverwacht een domper op de feestvreugde geplaatst. De eerste voorzitter, Jan Van Hemelrijck, overleed in 1927. Hij werd opgevolgd door Felix Van Den Eynde, die voorzitter bleef tot 1940.












In 1928 verstoorden interne moeilijkheden de verdere ontplooiing van “De Vliegende Ster”, waarbij de vereniging in twee groepen werd verdeeld. Volgens de toneelspelers bood het lokaal te weinig ruimte. Maar naar verluidt zou een bierkwestie de aanleiding geweest zijn van deze onenigheid.

De meerderheid van het bestuur was voorstander om naar de zaal DE TOEKOMST te verhuizen, terwijl anderen liever ter plaatse bleven. Eind 1928 viel de beslissing: “De Vliegende Ster” nam haar intrek in het lokaal van café DE TOEKOMST bij Eduard De Wit. De oppositie wou van geen wijken weten en bleef in het dorp onder de naam “De Oude Ster”.


Om de naam “De Vliegende Ster” te beschermen, werden op 2 december 1928 de statuten van de maatschappij goedgekeurd. Deze verschenen in het Belgisch Staatsblad van 26 december 1928.

De volgende jaren werden er geregeld uitstappen per fiets georganiseerd en ook het sinterklaasfeest was een jaarlijks terugkerend evenement, evenals het jaarlijks banket. In deze periode werd een summum bereikt met de deelname aan de Vlaamse kermis van de Koninklijke Harmonie Ste-Cecilia met de opvoering van Jeanke Kak.

Aan deze onbezorgde jaren kwam echter in 1940 een einde toen de Tweede Wereldoorlog losbrak. Buiten een voorstelling in 1942, die plaatsvond ten bate van Winterhulp, werden de activiteiten gedurende de oorlog stopgezet.

Na de bevrijding in 1945 moest de draad weer opgenomen worden. Jan Willems ijverde om “De Vliegende Ster” weer op gang te krijgen, hoewel enkele bestuursleden daar sceptisch tegenover stonden. Met veel moeite slaagde hij erin de trompetters weer bijeen te brengen, de anderen volgden en een nieuwe start was gegeven. Hij werd verkozen tot nieuwe voorzitter aangezien Felix Van Den Eynde niet meer in aanmerking wenste te komen.













Er werd hard gewerkt om het vooroorlogse peil te bereiken. “De Vliegende Ster” was de eerste van alle verenigingen die haar teerfeest (toen nog met rantsoenzegels) inrichtte. Eind 1945 stonden de toneelspelers weer op de planken en Sinterklaas was reeds van de partij in datzelfde jaar, dit met de hulp van Engelse soldaten die in Humbeek gelegerd waren.
De ”25e Verjaring Der Stichting” werd gevierd op 15, 18 en 19 augustus 1946 met een “Groote Vlaamsche Kermis-festival”.

In 1953 werd Klein-Brabant geteisterd door overstromingen. “De Vliegende Ster” was onmiddellijk bereid haar steentje bij te dragen: de volledige opbrengst van de toneelopvoeringen en de omhalingen die tijdens deze opvoeringen plaatsvonden, werden geschonken aan het Rode Kruis. Buiten het toneel, de uitstappen en het sinterklaasfeest stond “De Vliegende Ster” borg voor nog andere activiteiten, zoals de autozoektocht: deze startten in 1967 en duurden tot 1983. Een andere organisatie was het jeugdtoneel, dat in 1968 van start ging.  

Op de bestuursvergadering van 28 januari 1971 werd  besloten om de verdienstelijke leden van de maatschappij te huldigen. Een ereteken werd ontworpen, bestaande uit een lint met de kleuren van de gemeente (rood-wit) en een medaille met inscriptie.  Volgens de functie van de betrokkene wordt op het lint een ster (bestuurslid), trompet (muzikant) of masker (toneelspeler) bevestigd. Elke gevierde ontvangt bovendien een diploma.

Op 19, 20 en 27 juni 1971 werden “Grootse Jubelfeesten” op touw gezet ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan. Ter bekroning verleende Zijne Majesteit de Koning de maatschappij de toelating de titel “Koninklijke” te dragen. Tijdens deze vieringen werd ook een nieuw vaandel ingehuldigd.

In 1973 kon ook “De Vliegende Ster” niet ontsnappen aan de opkomende vrouwen-emancipatie. In een bestuursverslag van dat jaar kunnen we dan ook lezen: “Het bestuur nam de beslissing de vrouwen van leden, vanaf heden, te beschouwen als volwaardig lid. Zodus zijn voor het eerst ook vrouwelijke leden verkiesbaar”.  De eerste vrouw die van dit besluit kon genieten, was Josée Thielemans. Zij vervoegde het bestuur in 1974.

Hetgeen reeds enkele jaren werd gevreesd, gebeurde in 1974. De trompettersafdeling werd voor onbepaalde tijd ontbonden, omdat te weinig muzikanten het nodige enthousiasme opbrachten om geregeld de repetities bij te wonen.

 










Onze toneelgroep vierde in 1974 zijn 50-jarig bestaan. Ter dezer gelegenheid vond op 1 november een receptie plaats.

Alle (ex-)toneelspelers en -speelsters werden uitgenodigd. "De Vliegende Ster" ontving gelukwensen van Mevr. De Backer, minister van Cultuur, en de heer Chabert, minister van verkeerswezen.

In 1977 werd door de Jongerengemeenschap Bloem een carnavalstoet ingericht. Alle verenigingen, waaronder “De Vliegende Ster” werden uitgenodigd om hieraan deel te nemen. Het bestuur nam de beslissing “Boerenbruiloft”, een schilderij van Breughel, uit te beelden. Een groep van 42 personen werd uitgedost in kleurrijke kleding en de wagen waarop die bruiloftstafel stond, werd versierd. Alzo behaalde “De Vliegende Ster” de eerste prijs met de wagen en de tweede prijs met de groep.

In 1978 werd voor de tweede maal deelgenomen aan deze carnavalstoet. Met de uitbeelding van de levensloop “Van geboorte tot gouden huwelijksjubileum” werd de tweede prijs met de groep en de vijfde plaats met de wagen gehaald.

Op 1 maart 1980 werd aan de vereniging gevraagd om het lokaal en de feestzaal van café DE TOEKOMST, dat verkocht werd om gesloopt te worden, te verlaten. Een maand later, op 1 april 1980, werd een groot gedeelte van de inboedel overgebracht naar August Cauwenbergh en Frans Van Campenhout.

August De Wael stelde het appartement boven zijn werkplaats ter beschikking, in afwachting dat “De Vliegende Ster” een lokaal kreeg van de gemeente. De electriciteitsmeter werd aangesloten op naam van de vereniging. Als huurprijs stelde August een nieuwjaarsgeschenk voor. In maart 1981 wenste de nieuwe eigenaar, Robert Neefs, het pand voor andere doeleinden te gebruiken.












De koninklijke Harmonie Ste-Cecilia was bereid het klaslokaal, dat hen door de gemeente was toegewezen, af te staan (juni 1980). Na de nodige verbouwingswerken nam de vereniging in april 1981 zijn intrek in het nieuwe lokaal en de nieuwe repeteerruimte.
Vanaf die periode vinden de toneelopvoeringen plaats in het Parochiaal Centrum.

Vooraleer in de nieuwe gebouwen in te trekken werd op 30 maart 1981 de herziening van de statuten door het bestuur goedgekeurd. Deze verschenen in het Belgisch Staatsblad van 30 juli 1981.

Een andere gebeurtenis in 1981 was de benoeming van Jan Willems tot ere-voorzitter.
Rik Lanin volgde hem op als voorzitter.

Jos Adam werd in datzelfde jaar aangesteld als regisseur en kreeg in 1984 de leiding van de toen opgerichte toneelschool, die 4 jaar zou standhouden.











Eveneens in 1984 werd er van het jeugdtoneel afgestapt, vanaf dan waren er twee toneelopvoeringen per jaar met Jos Adam en François Willems als regisseurs. In 1990 sloot Ronald Buelens zich bij hen aan.

Om de technische mogelijkheden in het Parochiaal Centrum te verhogen werd in 1986 door de beheerraad het akkoord verleend voor het uitvoeren van de eerste werken aan het podium. Meer dan 800 manuren hebben de leden van “De Vliegende Ster” gewerkt om de accommodatie van het Parochiaal Centrum te verbeteren. Een tweede verbetering van het podium werd in 1991 gerealiseerd.

In februari 1995 nam Rik Lanin ontslag als voorzitter en hij werd opgevolgd door Julien De Doncker.












In 1996 werd het een feestjaar ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van onze maatschappij.

In 2000 werd Julien De Doncker opgenomen als Ridder in de Orde van het Gulden Masker. Onder zijn voorzitterschap is “De Vliegende Ster” gestart met deel te nemen aan de wedstrijden van de provinciale tornooien en in datzelfde jaar namen wij hieraan deel met “De knecht van twee meesters” in een regie van Jos Adam. Wij behaalden 1e afdeling.

In 2002 werd Jean-Pierre Goossens opgenomen als Ridder in de Orde van het Gulden Masker.

In 2002 kregen wij de medaille voor verdienste van de provincie Vlaams-Brabant.

In 2003 behaalden wij eveneens 1e afdeling met “De dame met de camelia’s”; eveneens in een regie van Jos Adam.

In 2004 werd er een wijziging van de statuten gemaakt in functie van de nieuwe reglementering op de vzw's.

In 2005 speelden wij "Oud papier" ten voordele van de Tsunami-slachtoffers.

In 2006 deden wij mee met “Koffie” aan het Provinciaal Tornooi en kregen 2e afdeling in een regie van Ronald Buelens.

In 2008 is Wim Van Riet gestart met zijn eerste regie.

In 2009 werd Luc Van Lint opgenomen als Ridder in de Orde van het Gulden Masker.

In 2009 gaf Julien De Doncker het heft door aan Jean-Pierre Goossens die voorzitter werd tot 2019.









                                                                                                                                                         Jean-Pierre Goossens

In 2010 deden wij opnieuw mee aan de wedstrijd met “Festen”. Tot onze grote vreugde behaalden wij in een regie van Jos Adam, uitmuntendheid.

In 2011 kwam er een nieuwe regisseur, namelijk Geert-Jan Van Ransbeeck.

In 2013 deden we opnieuw mee aan de wedstrijd en behaalde met de komedie “Oscar” opnieuw uitmuntendheid; in een regie van Geert-Jan Van Ransbeeck.

In 2015 deed Guy Verbelen ook zijn intrede als regisseur.

In 2016 deden wij opnieuw mee aan de wedstrijd met “Plastische Chirurgie BBB” en inderdaad, terug uitmuntendheid.

In 2017 kregen wij een beroepsregisseur over de vloer, namelijk Marinelle De Winne met een stuk dat zijzelf geschreven heeft na impro’s met de cast. “‘t Is ne Jos, maar ik ben zijne familienaam vergeten”.

In 2019 hadden wij een mijlpaal in de geschiedenis van De Vliegende Ster. Voor het eerst kregen wij een vrouwelijke voorzitter. Na 10 jaar voorzitterschap gaf Jean-Pierre Goossens de fakkel door aan Marinelle De Winne.









                                                                                                                     Marinelle De Winne                                             Gunter Van Lint


In 2020 kreeg ons land te maken met het corona-virus. Daardoor kon de viering van ons 100 jarig bestaan in 2021 niet doorgaan. 

Wat we wèl hebben gedaan zijn kortfilmpjes gemaakt. Met mondmasker en met hooguit twee spelers; omwille van de veiligheidsvoorschriften. Er werden er 24 gemaakt met 24 medewerkers. Zo werd er toch gezorgd voor enige “samen”werking, teambuilding. Sommige van deze filmpjes zijn terug te vinden onder de rubriek “Toneel", “Filmkes (corona)".
We werden wel in oktober ‘22 door de gemeente Grimbergen gevierd met ons 100-jarig bestaan, met een heus aperitief en de “trofee” staat te pronken in ons lokaal.

Vermits wij onze feestelijkheden spijtig genoeg moesten schrappen, hebben wij in 2022 om toch op een correcte manier te starten en vooral alle risisco's te beperken, een kleinschalige voorstelling gegeven.  Zowel de eenakter "Twee meisjes vechten met een bank en één meisje lacht" gebracht door onze jeugdwerking en de voorstelling "Sayonara" waren een succes.

Eind 2022 zijn we dan terug verder kunnen gaan. We speelden "De Mandarijntjeskamer” dat al eerder klaarstond, zowel wat decor als wat de spelers betreft.

In 2023 speelden we  "Allo, Allo" met een cast van 22 in een regie van Marinelle De Winne. Dit was tevens haar 50ste regie. 

in 2024 gaf zij het  voorzitterschap door aan Gunter Van Lint. Zij bleef nog wel “artistiek adviseur”.


GESCHIEDENIS


Voorzitters sinds 1921